woensdag 26 oktober 2011

Buitenkomen in Genk

Vorige week donderdag kwamen we samen om te reflecteren over de week in Genk. Daar kwam ter sprake dat de migratieproblematiek, die zogenaamd kenmerkend voor Genk zou zijn zich niet vertaald in het straatbeeld. Men merkte op dat er weinig mensen op straat rond liepen. Hieruit werd geconcludeerd dat mensen niet meer buiten komen tenzij voor hetgeen ze willen/moeten buitenkomen. Kortom door de confrontatie met en in Genk lijkt het of de vraag  naar het buiten komen van mensen zich prominenter stelt dat de oorspronkelijke migratieproblematiek.
Rond het de kwestie van buitenkomen werd ook een parallel getrokken met de Genkse rappers. Algemeen gezien definieert rap zich door teksten met een beat te brengen die bepaalde maatschappelijke situaties aanklagen. De Genkse rap leek dit niet te doen en eerder om pure presentatie van zichzelf te draaien,’zichzelf in de show zetten’. Teksten zouden niet veel verder komen dan “wij zijn van Genk”. In navolging van ‘iedereen Genkt’ en ‘Genk onstage’ lijken de individuele burgers in Genk niet veel verder te komen dan deze lijn en willen ze zich zelf dus ook enkel op een podium plaatsen en presenteren. De vraag werd dan ook gesteld of het nog over iets gaat in Genk, of er nog confrontaties plaats vinden.
Omtrent de rap kan ik me niet helemaal vinden in wat er werd gesteld, ik heb enkele videobeelden van rappende jongeren bekeken en buiten het feit dat herhaaldelijk wordt gesteld dat ze van Genk zijn, worden ook maatschappelijk problemen aangekaard, naar mijn mening. Voornamelijk de migratieproblematiek komt hier naar voor.

Er werd aangehaald dat het vandaag evident lijkt te zijn dat we enkel nog buitenkomen op een berekende wijzen. De manier om Genk te benaderen is echter van een andere aard, het gaat erom zichzelf in te brengen en geconfronteerd te worden met wat pedagoog zijn nu betekend. Dit op een niet kapitalistische manier, in die zin dat niet alles gedacht wordt in punten en tijd en men zichzelf niet centraal stelt, maar datgene waarvoor we willen gaan. Ons afvragen wat het betekent pedagoog te zijn en wat die precies doet. Dus kortom via Genk reflecteren over je eigen houding en visie als toekomstig pedagoog. Daarbij is buitenkomen ook een kwestie van jezelf verlaten.

Verder kan de vraag naar het buitenkomen ook een vraag naar gemeenschap zijn. Hierbij werd voornamelijk verwezen naar de ruimtelijke organisatie in Genk, alles is uit elkaar gelegd in kleine eenheden.  Er zijn weinig materiële tekenen van confrontaties in de stad te vinden, zijn er die toch, worden deze meteen verwijderd. Hierbij vraag ik me af of mensen daadwerkelijk niet meer of beperkt met elkaar in contact komen. Genk telt in totaal 30 wijken, waarvan sommige relatief dichtbevolkt zijn – bijvoorbeeld  Genk-centrum die 3.871 inwoners per vierkante kilometer telt. Misschien komen mensen uit verschillende wijken niet meer in confrontatie/communicatie met elkaar, maar is dit ook zo binnen de wijken?

Tijdens deze samenkomst werd  er ook gesteld dat er een overaanbod aan sociale voorzieningen aanwezig is in Genk. Er werd gesteld dat er voor elk probleem wel een instelling aanwezig is en daarbij vroeg men zich af voor wie deze er eigenlijk zijn. Genk kijkt op een specifieke manier naar problemen, men stelt dat iedereen een behoefte heeft en hier een antwoord op moet worden gevonden. In die context wordt Genk ook gezien als een voorbeeld als men kijkt naar participatie.
Het is inderdaad belangrijk om empowerment voor ogen te hebben en geen situatie te creëren van hulpeloosheid. Na wat literatuur  te lezen en met mensen gesproken te hebben denk ik dat in Genk zich niet de vraag stelt van een overaanbod, maar eerder van een verkeerd aanbod. Op dit moment lijkt het mij dat ze in Genk allerhande goed bedoelde initiatieven hebben, maar hierbij enkel vanuit een eigen visie zijn vertrokken en deze niet hebben getoetst bij de bevolking. Wanneer men het initiatief nam om Nederlandse les aan te bieden, heeft men zich dan te bedenking gemaakt of dit mensen aanspreekt of de doelgroep dit wilt? Hier komt de vraag van het buitenkomen ook weer terug, mensen komen niet meer gemakkelijk buiten.
Naar het ontwerp van de volkshogeschool toe, denk ik dan ook dat het belangrijk is de vraag: ‘waarvoor wil je nog buitenkomen?’ aan de mensen in de wijken van Genk te stellen.

Sociale realiteit en politieke actie in Genk

Alvorens naar Genk te vertrekken heb ik contact opgenomen met Bianca Booms, lid van PVDA (Partij van de Arbeid), die vanuit haar politieke visie actief rond gemeenschap en allerhande problematieke in de stad Genk – voornamelijk de wijk Slederlo - werkt . Via deze weg wil ik haar dan ook nogmaals bedanken over de uitgebreide mail die ze me heeft teruggestuurd en al de informatie die ze heeft gegeven.

Ik wil de lezers van deze blog natuurlijk de inhoud van deze mail niet onthouden daarom heb ik deze samengevat en de belangrijkste en meeste relevante punten hieronder vermeld.

De afgelopen jaren is de PVDA in Genk, meer specifiek in de wijk Slederlo bezig geweest rond 4 grote thema’s namelijk: huisvestiging, gezondheid, leerachterstand en milieu. Deze 4 thema’s staan niet los van elkaar.
In 2005 lekte er een milieuonderzoek waarin stond vermeld dat de waarden voor een aantal zware metalen in de lucht van Genk te hoog waren. In dezelfde periode voerde de partij, Samen met geneeskunde voor het volk (een initiatief van de PVDA) zelf een onderzoek naar luchtweginfecties bij kinderen tussen 0 en 2 jaar. Hieruit bleek dat maar liefst 3 keer meer – ten opzichte van het Vlaams gemiddelde - kinderen in de wijk Slederlo pompjes gebruikte. De organisatie zocht vrijwilligers om een nieuw onderzoek te voeren naar 3 mogelijke oorzaken van deze vaststellingen namelijk: schimmel in huizen, roken en milieu-invloeden. Deze vrijwilligers gingen van deur tot deur en lieten 1000 personen een vragenlijst invullen. Uit dit tweede onderzoek bleek dat een op drie huizen in de wijk Slederlo kamt met schimmels. Het tweede aspect dat werd onderzocht -roken- bleek niet boven het gemiddelde te liggen. Hoewel we vaak het vooroordeel hebben dat Turken – In de wijk Slederlo woont een grote groep mensen die van Turkse origine zijn – meer roken dan de gemiddelde Belg bleek dit bij de ondervraagde personen helemaal niet het geval te zijn. Een causaal verband met milieu-invloeden kon niet worden aangetoond, maar meettoestellen gaven wel hoge waardes aan als het gaat om zware metalen. Hoge waardes werden ook geregistreerd op de speelplaats van het plaatselijk schooltje, onderdruk van de partij is deze moeten verplaatst worden, uit de windrichting van waar de zware metalen komen.

Tijdens de gevoerde onderzoeken kwamen ook andere sociale realiteiten uit de wijk Slederlo naar voor. De sociale huizen waarin de mensen wonen worden slecht geïsoleerd en bestaan uit heel wat constructiefouten. Mensen kunnen enkel de living in hartje winter tot 15 graden verwarmen, terwijl ze hoge elektriciteitsfacturen betalen. Dit met als gevolg dat de woonkamer wordt gebruikt om te slapen, bezoek te ontvangen, zich te wassen en huiswerk te maken. Daarbij komt ook dat heel wat kinderen en jongeren in Slederlo met een leerachterstand en taalproblemen kampen. De stad Genk maakt nu geld vrij voor isolatie en voor 257 nieuwe appartementen. Momenteel loopt het milieuonderzoek nog verder samen met 197 studenten, de resultaten bevestiging tot nog toe wat de partij al langer zei: er is niet alleen vervuiling in de lucht, maar ook in de lichamen van de mensen die in de wijk wonen en leven.

De email naar Bianca Booms heb ik voornamelijk gestuurd om te vragen naar resultaten van sociale enquêtes die eerder gevoerd werden door jongeren in de wijk Slederlo. Na de opdracht in Genk te horen, besef ik dat dit nog niet de invalshoek is van het OPO labo, toch denk ik dat het zeer interessant kan zijn om de sociale realiteit(en) van Genk te verkennen. Zelf heb ik al 2 maal de kans gehad om sociale enquêtes af te nemen en zo meer inzicht te krijgen in de harde realiteit die zich voor vele mensen dagelijks afspeelt. In het proces van het ontwerpen van een volkshogeschool is het misschien nog wat vroeg om interpretaties te maken en te concretiseren, maar toch lijken mij sociale enquêtes zeer relevant binnen dit opleidingsonderdeel.

donderdag 20 oktober 2011

Leeruitstap Gent

AMSAB: Instituut voor sociale geschiedenis
AMSAB ontstond in de jaren 60 vanuit een nood om bronnen over arbeiders te archiveren, de oorsprong kadert zich dan ook binnen de socialistische zuil.
Een van de activiteiten van Amsab is het archieveren en het maken van databanken omtrent sociale geschiedenis. Om dit te verwezenlijken verrichten ze onderzoek en beschikken ze over een groot internationaal netwerk. De databanken en archiefbestanden trachtte ze zoveel mogelijk te digitaliseren en het op het web te plaatsen. Door deze digitalisering en daarbij ook publiekseducatie en tentoonstellingen proberen zij hun kennis over te dragen aan het grote publiek.  
In het kader van het Labo denk ik dat het Amsab voornamelijk belangrijk is omwille van de uitgebreide databanken omtrent volkshogescholen waarover zij beschikken, waaronder de archieven van de voorruit. Men kan bijvoorbeeld 63 'records' vinden in de collectie wanneer men  de term “volkshogeschool” invoert, dit in de 3 databases bibliotheekcatalogus, Beeld en Geluidcollectie en Archieven.

De voorruit: “kunst veredelt”
De voorruit vind zijn oorsprong in de socialistische zuil als een volkshogeschool. Midden negentiende eeuw bestond er een grote arbeidersbeweging in Gent, de socialistische partij wilde voor deze arbeiders een volkshuis – de voorruit werd ook wel volkspaleis genoemd - oprichten. Ze fungeerde als de kathedraal van de socialisten. Hoewel de arbeiders arm waren en de socialistische partij van een grote rijkdom getuigde door de bouw van de voorruit, stootte dit de arbeiders toch niet tegen de borst en waren ze in tegenstelling trots op hun partij. “Kunst veredelt” staat nog steeds in grote letters boven het podium van de theaterzaal, deze zin vat meteen de werking van de voorruit als volkshogeschool samen. Elke vorm van kunst (opera, theater, muziek,…) moest ook in de voorruit mogelijk zijn voor de arbeiders. Ook Jan Bijlsma haalde dit idee van een volkshogeschool aan in zijn presentatie ‘het volk en de elite’. Hij vertelde dat de socialistische zuil niet streefde naar liefdadigheid, maar naar een recht van culturele verheffing van het volk. 
In 1980 werd de voorruit gedepolitiseerd, vroeger had men een partijkaart van de socialistische partij nodig om binnen te kunnen. Vandaag is de voorruit voor iedereen toegankelijk, het is dan vandaag ook geen volkshogeschool meer, maar een gebouw waar allerhande artistieke activiteiten plaats vinden.

Museum dr. Guislain
IN het museum dr. Guislain hebben we de tentoonstelling “Gevaarlijk jong. Kind in gevaar, Kind als gevaar” bezocht in het gezelschap van een medewerker van het museum die ons uitgebreid informatie verschafte.  
Het museum heeft 1 vaste tentoonstelling over de geschiedenis van de psychiatrie en een tentoonstelling die op regelmatige tijdstippen verandert en steeds werkt rond een breed thema uit de psychiatrie zoals de bezochte tentoonstelling. Het museum tracht met deze tentoonstellingen het maatschappelijk debat levend te houden over de grens en het onderscheid van ‘normaal’ en ‘abnormaal’.
Opvallend aan dit bezoek vond ik het feit dat het museum een plaats is waar om het even wie een bezoek aan kan brengen en dat er tegelijkertijd nog 200 patiënten in de gebouwen verblijven.

The wire

De eerste week van het academiejaar heb ik elke dag s’avond getracht om 2 afleveringen van 'The wire' te zien. Dit is niet altijd gelukt, maar uiteindelijk had ik ze toch op 2 na allemaal gezien in het begin van de seminarie week van Sönke Ahrens. De serie gaf een beeld van de sociale realiteiten in de straten/wijken van West- Baltimore. Dit vanuit een zeer ruime context, zowel politiek, politie als onderwijs speelde een rol in het verhaal. Hetgeen ik vooral heb meegenomen uit deze seminarie week is het feit dat je zoveel mogelijk vragen moet stellen, ook vragen waar je in eerste instantie helemaal niet aan zou denken. Daarbij ook dat je niet te snel tot een antwoord moet trachtte te komen, je moet de tijd nemen om de werkelijkheid eigen te maken. Ook de vragen en discussie momenten over statistiek vond ik zeer leerrijk -  wat statistiek zegt/kan doen en in hoeverre men hier rekening mee moeten houden. Kortom deze seminarieweek bereide ons voor een deel voor op de week in Genk. 

Dag 2 Genk

Gisteren avond heb ik nog een planning voor vandaag gemaakt. Het plan was om shopping 1,2 en 3 de tweede dag in Genk te doen.
Gisterenavond hebben we  nog een evaluatiegesprek gehad, de tips en de opmerkingen zal ik vandaag tijdens mijn tocht door Genk trachtte toe te passen. Tijdens het gesprek werd het mij voornamelijk duidelijk dat het zeer moeilijk is om door de straten te wandelen zonder de dingen die je ziet te beoordelen. Dus zonder vooroordelen de stad lezen en bevragen wilde ik vandaag proberen

Vandaag heb ik eerst even tijd genomen om de notities die ik gemaakt had van de opdracht nog eens grondig door te nemen en daarbij ook de tips en opmerkingen van het evaluatiegesprek. Daarna heb ik 1 uur en 30 minuten in shopping1 rondgelopen om een plattegrond te maken en vervolgens de opdracht te volbrengen.

De rest van de dagen heb ik helaas thuis ziek moeten doorbrengen.

Dag 1 Genk

Nadat we in het Stebo te Genk waren gearriveerd werd onze opdracht voor de komende dagen meegedeeld. We zullen de volgende dagen al lezend en vragend door de stad Genk trekken. De stad lezen’ zal concreet tot uiting komen door aandacht te hebben voor klassieke publieke gebouwen (school, kerk, jongerencentrum), belwinkels, Bushaltes, Bankautomaten, bordelen en ook voor reclameborden en graffiti.  Deze zullen we in kaart brengen en beschrijven (hoe het gebouw eruit ziet, borden en affiches,…).  Aan de hand van 2 eenvoudige vragen – vanwaar kom je? Waar ga je naar toe? - zullen we al vragend door de stad trekken. Deze 2 vragen zullen we aan mensen stellen die aanwezig zijn op bovengenoemde plaatsen.

Genk werd verdeeld in 12 delen  (evenredig met het aantal studenten), ik heb het eerste stukje van Genk. Stukje 1 omvat voornamelijk het winkelcentrum en het domein Kattevennen.

Na de opdracht, het puzzelen van het stratenplan en de verdeling van Genk, trokken we naar het centrale punt vanwaar alle deeltjes verdeeld  zijn. Voor ik aan de opdracht begin, heb ik eerst even tijd genomen om me een beetje te oriënteren en een plan te maken welke straten ik vandaag zou afleggen. Ik besluit de Europalaan af te wandelen tot aan de Oosterring – uiteindelijk ben ik via de mezerikstraat naar de Molenstraat gewandeld, aangezien het stukje op de Europalaan tussen de mezerikstraat en de Oosterring  niet toegankelijk is voor voetgangers - en dan via de Molenstraat terug te keren, als er dan nog tijd over zou zijn, kon ik al beginnen aan de kleine straatjes in het winkelcentrum. Uiteindelijk schiet er nog wat tijd over en ben ik nog door enkele kleinere straatjes in het winkelcentrum gewandeld.

Morgen wil ik het meer gestructureerd aanpakken, een duidelijk route uitstippelen  - hoewel dit niet evident is, aangezien in het winkelcentrum van Genk heel wat kleine straatje kris kras door elkaar lopen.

De straten waardoor ik de eerste dag in Genk gewandeld ben:
·                    Europalaan tot de Mezerikstraat
·                    Mezerikstraat
·                    Molenstraat
·                    Stationsstraat
·                    Marktstraat
·                    Winterslagstraat
·                    Stadsplein
·                    St. Martinusplein
·                    Marktstraat
·                    Oude markt

De opdracht concreet:
·                    Bushaltes:
1.      Europalaan ter hoogte van shopping 1:
-          4 glazen bushaltes, aan elke kant van de weg 2
-          1 kleiner en 1 groter, waartegen een grote betonnen driehoek staat
-          geen reclame affiches



2. Europalaan ter hoogte van park Molenvijver
-          Een buspaal van de lijn met “centrumpendel” op

3.      Grotestraat ter hoogte van het kruispunt met de stationsstraat en de Winterslagstaat (aan beide zijde van de weg)
-          glazen bushokjes
-          2 grote reclameborden van JCDecaux (= spirit en The Three Musketeers)

·                    Reclameborden:
1.      Rotonde van Europalaan met afslagen Remansstraat, Henri Decleenestraat en weg naar as:
2 keer het zelfde bord:
“SLIM drinken of STOM dronken? -16 geen alcohol, -18 geen sterke drank”




2.   Molenstraat tussen de Rotenstraat en de Remansstraat:
Een reclamebord van JCDecaux
“proximus Belgacom mobile”

3.      Molenstraat tussen de Rotenstraat en de Remansstraat:
Een reclamebord van JCDecaux. Deze reclame affiche bevond zich aan de achterkant van het reclameaffiche beschreven in puntje 2.
“onbegrensd wonen Dompel je onder in GAOZ”

·                    klassieke openbare gebouwen
1.      Mordijck VZW (Limburgs steunpunt straatheokwrk). Europalaan 62
Voor de ramen hingen 2 affishes:
-          Urban city presents Friday december 9th 2011 urban dance battle
-          Armoede is geen kinderspel
2.      Vrouwenadviescentrum VZW. Molenstraat tussen de stationsstraat en de Rootenstraat
-          Vrouwenpraatsalon: De instap
-          tweedehandswinke: De opstap
3.      Stadhuis. Stadsplein
4.      Bibliotheek. Stadsplein naast het stadshuis

·         Bankautomaat
1.      Winterslagstraat: Argenta: uw appeltje voor de dorst
2.      Martinusplein: Western union